Op 1 januari 2026 is de nieuwe Energiewet inwerking getreden. Deze wet vervangt vervangt de Gaswet en Elektriciteitswet en biedt een nieuw kader voor de energietransitie. Voor bedrijven, huishoudens en netbeheerders komen er meer mogelijkheden om energie flexibel te gebruiken en zo de netcapaciteit beter te benutten. Tegelijk wordt de uitwisseling van data goed geregeld. Dat dit alles goed wordt vastgelegd is belangrijk om het energiesysteem te moderniseren. In een serie artikelen belicht ERDH daarom niet alleen het juridische kader van de Energiewet, maar ook wat dat kader kan betekenen aan de hand van projecten uit het ERDH-programma.

Beeld: © ERDH / Anne-Louise Bergkamp

Energiewet biedt kader voor aanbieders, netwerkbedrijven, afnemers en intermediairen.

Energiesystemen sterk veranderd

Energiesystemen zijn de afgelopen tien jaar verandert. Eerder was de energievoorziening centraal georganiseerd. Grote elektriciteitscentrales produceerden, netbeheerders transporteerden, leveranciers leverden en de afnemers betaalden. Tegenwoordig steunen deze energiesystemen steeds vaker op weersafhankelijke bronnen zoals wind en zon terwijl de productie steeds meer kleinschalig en decentraal plaatsvindt. Tegelijkertijd spelen data en het slim sturen van vraag en aanbod een steeds grotere rol om efficiënter met energie en de beschikbare infrastructuur om te gaan. Op de gasmarkt speelt een andere verschuiving: de winning in Groningen stopt, het gebruik van aardgas zal afnemen en nieuwe gasvormige energiedragers zoals biogas en waterstof krijgen een steeds grotere rol. 

De Elektriciteitswet van 1998 en de Gaswet van 2000 vormden het wettelijke kader voor het energiesysteem. Door jaren van implementatie van Europese en nationale aanpassingen zijn die wetten minder overzichtelijk en consistent geworden. Bovendien zijn er (onnodige) verschillen ontstaan tussen Gas- en Elektriciteitswet. Nederland heeft de vernieuwing van het wettelijk kader aangegrepen om Europese kaders te (her-)implementeren, waaronder het EU Clean Energy Package. 

Wat is het doel van de nieuwe wet?

De Energiewet is bedoeld om het energiesysteem juridisch beter te laten aansluiten op het gewijzigde energiesysteem waarbij burgers en bedrijven zelf elektriciteit opwekken, opslaan, terugleveren en actief betrokken zijn. De Energiewet wil daarin rust en richting bieden met één toekomstbestendig wettelijk fundament voor transport en levering van elektriciteit en gasvormige energiedragers dat beter is toegesneden op de energietransitie. 

De wet sluit expliciet aan bij actieve afnemers die zelf elektriciteit opwekken en niet alleen energie verbruiken, maar deze ook kunnen opslaan, delen of verkopen. Dit kan alleen of samen met anderen. De wet maakt duidelijker wat er in de praktijk mogelijk is. Zo moeten eindafnemers hun zelfopgewekte elektriciteit kunnen verkopen, zonder daarbij tegen onnodige of onevenredige regels aan te lopen.

Ook data hebben in de Energiewet een duidelijke plek gekregen; slimme meters, gegevensuitwisseling tussen marktpartijen en digitale sturing van vraag en aanbod zijn onmisbaar geworden. Dat vraagt om duidelijke regels over databeschikbaarheid, gegevensuitwisseling en cyberveiligheid. Ook daarin wil de Energiewet voorzien. 

Kernbrippen van de nieuwe Energiewet

De Energiewet is omvangrijk, maar draait in de praktijk om een twee kernpunten:

Markt èn fysieke infrastructuur
Ten eerste is het energiesysteem niet alleen een markt, maar ook een fysieke infrastructuur. Elektriciteits- en gasnetten zijn essentiële voorzieningen die je niet zomaar dubbel aanlegt. Twee supermarkten kunnen naast elkaar concurreren; bij twee elektriciteitsnetten in dezelfde straat ligt dat anders. Netten hebben daardoor van nature monopolistische kenmerken en zijn om die reden sterk gereguleerd. De Energiewet bouwt voort op dat uitgangspunt, maar probeert de regels beter te laten aansluiten bij een energiesysteem waarin steeds meer partijen zelf energie opwekken, opslaan, verbruiken of verhandelen. Denk bijvoorbeeld aan huishoudens met zonnepanelen en batterijen, bedrijven die hun verbruik aanpassen aan de beschikbare netcapaciteit en energiegemeenschappen die gezamenlijk energie produceren en delen. Daardoor veranderen vraag en aanbod voortdurend en ontstaan er meer verschillende rollen en vormen van energie-uitwisseling.

Marktacitviteit centraal
Ten tweede redeneert de Energiewet niet vanuit wie je bent, maar vanuit je marktactiviteit. Vergelijkbare activiteiten vallen daarmee in beginsel onder vergelijkbare regels, of je nu een leverancier bent, een energiegemeenschap, een intermediair of een actieve afnemer. Daarmee sluit de Energiewet beter aan bij een markt waarin partijen steeds vaker meerdere rollen tegelijkertijd vervullen.

Beeld: © Eneco

Realisatie Energiehub Parnassusplein in Den Haag vergemakkelijkt dankzij nieuwe energiewet.

Artikelen over impact Energiewet

De Energiewet legt een nieuw fundament, maar het effect hiervan op de gebouwde omgeving moet de praktijk nog uitwijzen. De wet biedt juridische ruimte. Of die ruimte ook in de praktijk werkt, hangt af van hoe ermee wordt omgegaan. Voor beleidsmakers, assetmanagers en projectmanagers in de gebouwde omgeving is dat precies de vraag die telt. Dat sluit direct aan bij EnergieRijk Den Haag (ERDH). Het programma werkt aan het verduurzamen en weerbaarder maken van de energievoorziening van (semi-)overheidsgebouwen in Den Haag via een herhaalbare, gebiedsgerichte aanpak. Juist in zo’n aanpak komen de vragen uit de Energiewet samen: hoe benut je schaarse netcapaciteit slimmer, hoe organiseer je samenwerking tussen gebouwen en partijen, en welke ruimte is er voor lokale uitwisseling, flexibiliteit en gedeelde energieoplossingen?

In drie artikelen verkent ERDH daarom niet alleen het juridische kader van de Energiewet, maar ook wat dat kader kan betekenen aan de hand van projecten uit het ERDH-programma:

  • Flexibel omgaan met schaarse netcapaciteit;
  • Welke mogelijkheden zijn er om bestaande transportcapaciteit slimmer te benutten wanneer het elektriciteitsnet capaciteitsbeperkingen heeft (netcongestie)?
  • Samenwerken en energie delen;
  • Hoe kunnen gebouwen, bedrijven en andere partijen hun energiegebruik, opwek en transport beter op elkaar afstemmen?
  • De rol van de overheid in het energiesysteem;
  • Welke mogelijkheden hebben gemeenten, provincie en Rijk om invloed uit te oefenen op het energiesysteem, ook als zij vanuit de Energiewet zelf maar beperkt directe sturingsbevoegdheden hebben?

De artikelen verschijnen vierwekelijks vanaf medio oktober 2026.