EnergieRijk Den Haag wil een koploper en inspirerend voorbeeld zijn voor de energietransitie in stedelijk gebied. Innovatie levert een belangrijke bijdrage aan de energietransitie van gebouwen.
Leren door te innoveren
Met innovatie wordt bijgedragen aan de drie hoofddoelstellingen van het programma EnergieRijk Den Haag, namelijk het toepassen van de Trias territoria, het opbouwen van een samenwerkingsinfrastructuur en het ontwikkelen en delen van kennis. Deze bijdrage wordt zichtbaar met pilots, proefopstellingen en proeftuinen, waarbij vaak waardevolle leerlessen worden opgedaan. Potentiële innovatieprojecten worden gesignaleerd of verkend op mogelijkheden om deze te kunnen toepassen in ERDH-gebouwen. En haalbaarheidsstudies worden in samenwerking met gebouweigenaren en belanghebbenden uitgevoerd.
Momenteel worden verschillende nieuwe innovaties onderzocht op haalbaarheid en zijn ook al een aantal innovaties in uitvoering, zoals het toepassen van PVT-panelen bij Bezuidenhoutseweg 73. De meest zichtbare innovatie betreft de plaatsing van de Stadsbatterij in de onderdoorgang van de Rijnstraat 8.
Innovatiefunnel
Bij innovatie werken we met de zogenaamde ‘innovatiefunnel’. Hierin doorlopen innovaties aan de hand van zes fasen een proces van verkenning tot opschaling.
- Verkennen van de innovatie: inspiratie opdoen èn behoeftes ophalen: welke behoeftes heeft de gebouwenbeheerder?
- Haalbaarheidsscan: het toetsen van een innovatie op haarbaarheid.
- Implementeren van de innovatie: het uitvoeren van een innovatie.
- Stimuleren van de innovatie: een innovatie toepassen bij één of meerdere deelnemende gebouwen; leren door te doen.
- Opschalen van de innovatie binnen EnergieRijk Den Haag: bij iedere gebouwrenovatie van deelnemende gebouwen wordt getoetst of de innovatie toegepast kan worden.
- Opschalen van de innovatie buiten EnergieRijk Den Haag: uitdragen van de innovatie zodat deze kan worden toegepast in de rest van Nederland.
Smart buildings
Bij 'smart buildings' ofwel ‘slim vastgoed’ starten we met het inrichten van een proces voor het monitoren en meten van het energiegebruik van de ERDH-gebouwen. Met deze meetgegevens kunnen we het energiegebruik binnen de gebouwen in samenhang optimaliseren. Dit proces draagt ook bij bewuster maken van de gebruikers van gebouwen en van hun eigen aandeel in het realiseren van energiebesparingen. Hierbij benutten we ook de meetgegevens uit de tests temperatuurverlaging indien gebruik wordt gemaakt van het stadsverwarmingsnet.
Beeld: © RVB
De zes fasen van de innovatiefunnel.
Een greep uit onze innovaties
Beeld: © RVB/Foto Bas Kijzers
Directeur-Generaal Rijksvastgoedbedrijf Yvonne van der Brugge en Staatssecretaris Vivianne Heijnen nemen de Stadsbatterij in gebruik.
Het doel van de Stadsbatterij is het opdoen van kennis en ervaring op het gebied van stedelijke energieopslag en –uitwisseling. Op die manier wordt niet alleen het energiegebruik van het gebouw geoptimaliseerd, maar draagt de Stadsbatterij ook bij aan de optimalisatie en stabiliteit van het energienet, waar het gebouw onderdeel van uitmaakt. Daarmee levert de Stadsbatterij een concrete bijdrage aan de transitie naar smart grids en het energiegebruik van de toekomst.
Naast dat de Stadsbatterij een innovatie is op technisch gebied, vraagt deze innovatie ook om vernieuwing op organisatieniveau en samenwerking tussen organisaties. Denk aan vragen als: Hoe kan optimaal worden samengewerkt met de leverancier van de Stadsbatterij, de netleverancier en de gebouwen in de omgeving? En welke obstakels zijn er bij het realiseren van energieopslag in de stad? En welke bijdrage kan de Stadsbatterij leveren bij het oplossen van netcongestie?
Waar: Rijnstraat 8
Status: Stadsbatterij is op 24 oktober 2024 feestelijk in gebruik genomen. In de handreiking Innovatie Stadsbatterij wordt verslag gedaan van deze casus.
Na de ingebruikname zijn testen gestart om de werking van de batterij te optimaliseren en te leren over het gebruik van de batterij in verschillende omstandigheden.
Beeld: © Ministeries van EZK en LNV / Valerie Kuypers
Kunnen batterijen in elektrische auto's in de toekomst een een bijdrage leveren aan netcongestie problemen?
Bij bi-directioneel laden van voertuigen kan het voertuig zowel geladen als ontladen worden; het voertuig kan geladen worden met elektriciteit maar kan ook elektriciteit terugleveren. Op deze manier kunnen de auto’s als accu’s worden gebruikt ten tijden van stroomoverschotten, en kan deze stroom weer worden benut ten tijden van stroomschaarste of netcongestie (drukte op het elektriciteitsnet).
Momenteel is het voor veel elektrische auto’s en laadpalen alleen nog mogelijk om directioneel te laden,dus geen elektriciteit terug te leveren.
ERDH-partner Rijksoverheid streeft naar een volledig emissievrij rijkswagenpark in 2028; een volledig volledig elektrisch wagenpark met 15.300 auto’s en laadpalen die bi-directioneel kunnen laden.
Bij ERDH-onderzoek in de zomer van dit jaar is onder andere bekeken bij welke panden, welk type laadpalen, hoeveel laadpunten en welke typen auto’s voor bi-directioneel laden in aanmerking komen. Zowel de ERDH-panden in het centrum als de internationale zone rond Europol, Eurojust en OPCW van Den Haag zijn betrokken in deze studie.
Het studie leert dat er een aantal barrières zijn die het implementeren van bi-directioneel laden belemmeren. De grootste uitdaging vormen het type toegepaste accu's en laadpalen. De huidige accu’s en laadpalen zijn (technisch gezien) nog niet geschikt voor bi-directioneel laden. Standaardisatie van laadprotocollen en -connectoren is hierbij essentieel voor het kunnen toepassen van bi-directioneel laden.
Daarnaast is nog veel onduidelijk over de invloed van bi-directioneel laden op de levensduur van accu’s.
Ook op het vlak van regelgeving, bestaan er onzekerheiden zoals energiebelasting en de verantwoordelijkheid bij het terugleveren van elektriciteit aan het net. Momenteel geldt een belastingplicht bij afname van elektriciteit in tegenstelling tot levering aan het net.
De genoemde technische en juridische beperkingen beïnvloeden ook de business case.
Conclusie van het ERDH haalbaarheidsonderzoek is dan ook; bi-directioneel laden heeft veel potentie, maar gelet op de ongeschiktheid van de (meeste) huidige accu’s en laadpalen en andere belemmemringe zal dat niet op de korte termijn het geval zijn.
De verwachting is dat na 2030 de voordelen voor netbeheerders en gebruikers bij bi-directioneel laden snel zal toenemen, ook omdat de verwachting is dag bidirectioneel laden kan bijdragen aan het verminderen van netcongestie. Zowel de EU als Nederlandse overheid houden 2030 aan als streefdatum wanneer bi-directioneel laden in grote delen van het continent (technisch) mogelijk moet zijn.
In de Alternative Fuels Infrastructure Regulation (AFIR), die vorig jaar van kracht werd, is beschreven dat alle te plaatsen laadpalen vanaf 2030 geschikt moeten zijn voor bi-directioneel laden. Dit verhelpt hopelijk de grootste technische barrières en vergroot de potentie van bi-directioneel laden als flexibiliteitsmaatregel op lange termijn (richting 2030/ 2035). Dit neemt natuurlijk niet weg dat nog een aantal andere uitdaging bestaan die van invloed zijn op de snelheid waarmee bi-directioneel laden kan worden uitgerold, waaronder de onduidelijkheid over de levensduur van accu’s en de belastingplicht bij afname van elektriciteit.
Beeld: © Arcadis Landschapsarchitectuur
Een impressie van de plannen voor de vergroening van de gevel van Bezuidenhoutseweg 73.
In 2017 heeft er een onderzoek plaatsgevonden naar de rol van het Rijksvastgoed in de verandering naar een groenere stad. Vergroening is geen doel op zich, maar een middel om verschillende agenda’s te dienen die allemaal bijdragen aan een gezonde leefomgeving. Vergroening biedt mogelijkheden om invulling te geven aan de verbetering van het stadsklimaat, de waterhuishouding, de biodiversiteit en de belevingswaarde. Om die reden wordt er onderzocht of er mogelijkheden zijn en zo ja, wat de mogelijkheden voor het vergroenen van de gevels aan Bezuidenhoutseweg 73. Dit onderzoek was onderdeel van een bredere verkenning van de verduurzaming van het gebouw. Inmiddes is een proefinstallaties gebouwd om de koppeling tussen Thermisch PV-panelen met de WKO-bron te kunnen onderzoeken. Het is de bedoeling dat een groot deel van het dak wordt voorzien van dit type zonnepalenen.
Waar: Bezuidenhoutseweg 73
Status: Haalbaarheidsonderzoek en proefopstelling.
Inmiddels is ook een handreiking Thermisch PV verschenen.
Beeld: © DutchVentus
Een windturbine op het dak.
Windturbines zijn momenteel nauwelijks aanwezig in de stad. Door de huidige stand van innovatie hebben windturbines de potentie om meer energie op te wekken per vierkante meter dan zonnepanelen. Om die reden hebben we onderzocht of het mogelijk is om twee windturbines met een diameter van 3,5 m op het dak van het gebouw aan Rijnstraat 8 te plaatsen. Onderzoek heeft geleerd dat dit vooralsnog niet rendabel is.
Waar: Rijnstraat 8
Status: Haalbaarheidsonderzoek afgesloten. In de handreiking Innovatie windturbines wordt hiervan verslag gedaan.
Toetsingscriteria voor innovatie
Om te toetsen of een innovatie past binnen het programma, hebben we een aantal toetsingscriteria vastgesteld waaraan een innovatie moet voldoen om kans van slagen te hebben. Een innovatie wordt getoetst op:
- Is deze vernieuwend, of niet eerder toegepast in het betreffende gebouw?
- Kan de innovatie bijdrage aan de zichtbaarheid en impact op het energiegebruik van getroffen maatregelen?
- Kan de innovatie binnen de looptijd van het ERDH-programma uitgevoerd worden?
- Is de innovatie kansrijk en opschaalbaar in de zin dat de innovatie ook in andere gebouwen van deelnemende partners kan worden toegepast.
