Henry Terlouw is afdelingshoofd Energietransitie van de gemeente Den Haag. Vanuit deze rol ontwikkelt hij samen met vijftig collega’s strategieën voor de energietransitie; welke bronnen van energie komen in aanmerking, op welke wijze kunnen we wijken aardgasvrij maken, hoe realiseren we ondanks de drukke ondergrond netwerken in de stad en hoe houden we energie betaalbaar voor alle inwoners? Henry vertegenwoordigt de gemeente Den Haag in de stuurgroep ERDH.

Beeld: © Rijksvastgoedbedrijf

Henry Terlouw op locatie Fruitweg 17; op de achtergrond Powernest turbines.

Van agendafabriek tot energieneutraal stadskantoor

We ontmoeten Henry in de voormalige Rijmenam agenda-fabriek aan de Fruitweg. Fotograaf en interviewer zijn onder de indruk van de smaakvolle wijze waarop de fabriek is omgetoverd tot duurzaam kantoor met een prettig verblijfsklimaat. Een aansluiting op een Warmte-Koude-Opslag (WKO) en een combinatie van verticale windturbines en zonnepanelen op het dak, zogenaamde Powernests, dragen bij aan de duurzame wijze waarop het gebouw wordt verwarmd en gekoeld. Al die maatregelen leverden dan ook een energieneutraal gebouw (ENG) op. Hoewel de vaste werklocatie van Henry het stadhuis aan het Spui is, komt hij graag op deze locatie vanwege het prettige werkklimaat. Ook op andere wijze is goed zichtbaar hoe de energietransitie in de stad vorm krijgt; aan de overzijde van het gebouw is een groot laadstation voor HTM-stadsbussen aangelegd. Terlouw: “Het was wel even passen en meten voor wat betreft de netcapaciteit, maar met afspraken over laadtijden en afgenomen laadvermogen kon uiteindelijk voldoende elektriciteit op het laadstation beschikbaar komen.”

Beeld: © Gemeente Den Haag

Met Powernest worden zon- en windenergie benut voor de energievoorziening van energieneutraal stadskantoor Fruitweg 17 in Den Haag.

Netcongestie verzachten

Op dit moment staan drie onderwerpen hoog op de agenda van Terlouw en zijn team. Terlouw: “Natuurlijk netcongestie, maar daarnaast het oprichten van een Haags warmtebedrijf en het warmteprogramma. Voor heel Den Haag staan de seinen op rood als het om netcongestie gaat. Op alle niveaus, laag, midden en hoogspanning piept en kraakt het elektriciteitsnet. Dat betekent dat er nieuwe kabels gelegd moeten worden en locaties gevonden moeten worden voor (tussen)stations. Dat is niet gemakkelijk in een vol stedelijk gebied en het zal mogelijk nog wel tien jaar duren voordat deze klus geklaard zal zijn. Momenteel wordt gewerkt aan het met voorrang aanvragen van aansluitcapaciteit, met inachtneming van het nieuwe prioriteitskader van ACM, de regels voor het prioriteren van aansluitingen bij een vol stroomnet. Daarbij nemen we ook de voorgenomen bouw van woningen en scholen mee. Maar het landelijk ACM-kader is duidelijk, maar wij als gemeente moeten kiezen.; 1 netcongestie verzachten, 2 veiligheid, 3 basisbehoeften en 4 bedrijven (in die volgorde).”

Oprichten Haags publiek warmtebedrijf

Vorig jaar heeft de Haagse gemeenteraad een intentiebesluit genomen om samen met EBN en Netverder (dochter van Stedin) een publiek warmtebedrijf op te richten. De drie partijen nemen elk 30 miljoen mee als startkapitaal. Dit publieke bedrijf zal in eerste instantie naast het bestaande Eneco warmtenet opgezet worden. Mogelijk dat beide netwerken op termijn gaan samenwerken of samengevoegd worden aangezien ook het Eneco warmtebedrijf voor de helft +1 % in handen moet komen van een publieke partij. Vooralsnog zullen de bedrijven naast elkaar blijven bestaan en in verschillende wijken van de stad actief zijn. Terlouw: “Er wordt nu gewerkt aan een uitwerkingsplan en een business-case. In het plan worden zoveel mogelijk lokale duurzame bronnen zoals geothermie en aquathermie meegenomen, maar ook restwarmte uit de Rotterdamse haven, met als doel om Den Haag gasloos te maken. De gemeenteraad moet uiteraard het uitwerkingsplan nog goedkeuren, maar 30 miljoen is alvast gereserveerd in de gemeentelijke begroting.”

Voor elke buurt passend warmteprogramma

Het Warmteprogramma is de opvolger van de gemeentelijke Transitievisie Warmte. Hierin wordt de vraag gesteld welke energie-oplossing voor welke buurt het meest passend is. Terlouw: “Voor de ene buurt is dat stadswarmte, voor de andere juist warmtepompen. In het ene geval kan laag/midden temperatuur verwarming toegepast worden via een collectief net, in het andere geval zullen individuele warmtepompen een effectievere oplossing blijken. Ook de drukte in de ondergrond speelt hierbij een rol. Per wijk wordt gekeken wat de best passende warmte-oplossing is: een collectief warmtenet, individuele warmtepompen of wellicht een kleinschalig bewonersinitiatief warmtenet. Een koudevisie voor de hele stad is er nog niet. Wel is het besef dat hittestress in bepaalde wijken aangepakt moet worden. In die gevallen kan de afweging in het warmteprogramma doorslaan om toch in een WKO te investeren om zo ook te kunnen koelen. Daarnaast is in het Programma Daken aandacht voor zonnepanelen, groen, waterberging in combinatie met het optoppen van gebouwen. Voor kleinschalige kernenergie in Den Haag zie ik geen toekomst. Bij een recente inventarisatieronde van de provincie Zuid-Holland hebben we aangegeven dat dit in de drukke stedelijke omgeving niet inpasbaar is.”

Gebouw voor gebouw, of gebouwoverstijgende aanpak?

Bij het ontwerpen van energietransitie-strategieën is in de ogen van Terlouw zowel focus op gebouw als gebied noodzakelijk. Terlouw: “Natuurlijk moet je bij planvorming altijd ook naar gebouwoverstijgende oplossingen kijken, maar vergis je niet in de complexiteit die daarbij komt kijken. Daar waar de publieke ruimte belemmeringen kent, zoals een drukke ondergrond met leidingen, is toch vaak een gebouwaanpak de enige keuze. In andere gevallen zoals in de Binckhorst, waar nog ontwikkeld wordt, is een grootschaliger gebouwoverstijgende aanpak te verkiezen.”

Het mooie van ERDH vind ik dat we door samen te werken kunnen laten zien dat energietransitie mogelijk is, werkt, en haalbaar is.

Makkelijker samenwerken door ERDH-netwerk

Terlouw is als lid van de ERDH-stuurgroep goed op de hoogte van het programma. Terlouw: “Het mooie van ERDH vind ik dat we door samen te werken kunnen laten zien dat energietransitie mogelijk is, werkt, en haalbaar is. ERDH levert bovendien contacten op die anders veel moeizamer tot stand gekomen zouden zijn. Zoals bij de gesprekken in de internationale zone van Den Haag. Gebruikers van onze panden, zoals de musea, willen best verduurzamen, maar in samenwerking met andere gebruikers zoals Interpol, OPCW en World Forum kunnen we oplossingen realiseren op het vlak van de energietransitie en het verzachten van netcongestie die anders niet mogelijk zouden zijn geweest. ERDH vergemakkelijkt en faciliteert deze contacten en helpt versnellen.”

Op zolder hoeft echt niet de verwarming aan te blijven

Ondertussen lopen de geopolitieke spanningen op; de oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten doen zich hier ook in Den Haag voelen. Henry: “Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat we nog zuiniger gebruik moeten maken van energie. Als overheden deden we dat al, maar we hebben het afgelopen jaar ook gezien dat inwoners 20 tot 30% minder energie gingen gebruiken. De spreekwoordelijke verwarming op zolder hoeft echt niet aan te staan als je er niet verblijft. We moeten gebouwen en wijken weerbaarder maken, ook decentrale wijkgebonden-oplossingen de ruimte geven. Persoonlijk maak ik al langer de keuze om zoveel mogelijk de fiets te pakken of met het OV te reizen. Die intrinsieke betrokkenheid zie ik ook bij de gemotiveerde collega’s met wie ik op mijn afdeling samenwerk om de energietransitie vorm te geven. Daarnaast voel ik mij betrokken bij initiatieven van inwoners van de stad. Het geeft mij veel voldoening om hen bij te staan, bijvoorbeeld om zo energie-initiatieven mogelijk te maken om daarmee ook een bijdrage te leveren aan het terugdringen van energiearmoede in mijn stad.”